
UILENWERKGROEP
De kerkuil is
al vele jaren onder de aandacht van de vogelwerkgroep Gemert. In de loop van de jaren zijn er zijn er ruim 70 nestkasten opgehangen, veelal in schuren en boerderijen in het buitengebied van Gemert. Het aantal broedparen varieert afhankelijk van de muizenpopulatie in een bepaald jaar. Over het algemeen worden van jaar op jaar dezelfde nestkasten bewoond.De vogelwerkgroep laat de kasten ook altijd met rust, totdat zeker is dat er jongen in zitten. De kans op verstoring is dan minimaal. Als de jonge uilen worden geringd, is de trotse familie altijd van de partij en worden soms vrienden en bekenden bij de gelegenheid uitgenodigd.
Naast het ringen worden ook enkele biometrische gegevens opgenomen van de jongen zoals vleugellengte, snavellengte en gewicht. Aan de hand van die gegevens is vervolgens ook de leeftijd vrij nauwkeurig te bepalen. De leeftijd tussen de jongen verschilt circa 2 á 3 dagen. Het leeftijdsverschil tussen de oudste en jongste uil kan dan bij een nestgrootte van 4 jongen al gauw oplopen tot een dag of tien.
Hoewel de nestplaatsen vaak dezelfde zijn blijkt dat de oudervogels nogal eens wisselen. Vermoedelijk is de gemiddelde leeftijd van een kerkuil niet al te hoog, voornamelijk als gevolg van verongelukken in het verkeer. De overblijvende uil zoekt dan een nieuwe partner en bewoont het jaar daarop weer dezelfde nestkast.
Het jaar 2011 zag er opnieuw niet erg hoopvol uit. Na een strenge winter in 2009/2010 was er in 2010/2011 wederom een lange en strenge winter met veel sneeuwval. De verwachtingen voor 2011 waren vooral voor de kerkuil dus niet echt gunstig!
De kerkuil is een echte muizenspecialist maar, die zijn bij een dik pak sneeuw moeilijk te vinden. Daarbij komt, dat een kerkuil weinig vetreserves opbouwt, waardoor een voedseltekort al snel tot problemen leidt. Bij een lange sneeuwrijke winter sneuvelen dan ook veel exemplaren. Bij de eerste controles in 2011 constateerden wij echter al vrij grote broedsels, zowel bij de kerkuil als bij de steenuil! Uiteindelijk kwamen 6 paartjes kerkuil tot broeden en brachten 14 jongen groot (2,3 jong per broedsel)
|
Jaar |
Eieren |
Jongen |
Dode jongen |
Uitgevlogen |
Geringd |
Broedsels |
|
2011 |
33 |
17 |
3 |
14 |
10 |
6 |
|
2010 |
31 |
31 |
2 |
29 |
29 |
7 |
|
2009 |
10 |
7 |
1 |
6 |
6 |
3 |
|
2008 |
31 |
31 |
1 |
30 |
30 |
9 |
Meerjarenoverzicht aantal jonge kerkuilen
|
2002 |
2003 |
2004 |
2005 |
2006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
|
6 |
15 |
14 |
35 |
15 |
49 |
30 |
6 |
29 |
14 |
Steenuil
De Steenuil kent twee soorten van geluiden. Ten eerste is er de kenmerkende alarmroep. Het is het bekende keffende geluid dat zowel door het mannetje als het vrouwtje wordt voortgebracht. Daarnaast produceert het mannetje ook nog de zogenaamde territoriumroep die hij gebruikt zodra er een indringer in zijn territorium komt. Hij laat deze roep alleen maar horen als hij een vrouwtje heeft. Een territoriumroep is dus een teken dat er een broedpaartje zit. Nu we de broedlocaties in beeld hebben is het niet meer nodig om met geluiden te inventariserenDoor Brabants Landschap, die de coördinatie van het beschermingsplan van de Steenuil in Noord-Brabant heeft, worden er nestkasten beschikbaar gesteld.
Omdat de Steenuil meer storingsgevoelig is dan de kerkuil en de jongen minder lang in de nestkast blijven, is het veel lastiger om zicht te krijgen op het broedresultaat. De vogelwerkgroep heeft daarom besloten om de kasten pas laat in het broedseizoen, als er al jongen zijn, te controleren en de jongen niet te laten ringen. Opvallend is dat kauwen, spreeuwen, holenduiven en diverse mezensoorten de kasten ook goed weten te vinden.
De steenuil heeft een veel bredere voedselspecialisatie dan de kerkuilen. Daardoor zijn ze niet geheel afhankelijk van muizen, waardoor ze ook in de wintermaanden een groter voedselaanbod hebben en hun overlevingskansen aanzienlijk stijgen en daardoor ook het aantal broedpaartjes.
Zijn er weinig muizen, dan schakelen ze over naar insecten, wormen en af en toe een muis.
Ook in 2011 deed de steenuil het opnieuw beter dan de kerkuil. De steenuil laat nog steeds een stijgende lijn zien in het aantal broedsels en uitgevolgen jongen, mede dankzij de nestkasten. In 2011 waren er 18 broedsels met in totaal 65 uitgevlogen jongen (3,6 jongen per broedsel).
.
Resultaten steenuil
|
Jaar |
Eieren |
Jongen |
Dode jongen |
Uitgevlogen |
Geringd |
Broedsels |
|
2011 |
71 |
65 |
0 |
65 |
0 |
18 |
|
2010 |
50 |
44 |
0 |
44 |
0 |
13 |
|
2009 |
40 |
37 |
1 |
36 |
0 |
12 |
|
2008 |
31 |
26 |
0 |
26 |
0 |
8 |
Meerjarenoverzicht aantal jonge steenuilen
|
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
|
31 |
26 |
36 |
44 |
65 |
